
Workshops
Tijdens de alumnidag kunt u deelnemen aan één van onderstaande vier workshops. Op het inschrijfformulier kunt u aangeven welke workshop u kiest. Let op: vol=vol, het is dus raadzaam om u op tijd aan te melden. Indien er voor een bepaalde workshop geen plek meer is, proberen wij dit z.s.m. op de website te vermelden.
1. De grilligheid van een CoP: wat te doen als begeleidingskundige? - Vol! Aanmelden niet langer mogelijk
Workshopleider: Angela Pfaff
Bij de opleiding ecologische pedagogiek van de HU werd rondom het onderwerp “kwaliteit van beoordelen” met de interne coaches een CoP gevormd. Als begeleidingskundige heb ik vanaf augustus 2010 deze CoP begeleid. Daarbij zat ik in een dubbele rol, want ik ben zelf ook een interne coach. In de afgelopen anderhalf jaar zijn we met elkaar o.a. tegen het volgende aangelopen: een CoP start met een “taaie vraag“ en lijkt dan een duidelijke taak- en doelstelling te hebben. Een CoP geeft echter ook ruimte aan de leden om onderwerpen rondom de kernvraag (de taak) te onderzoeken. Dit is anders dan bij een werkgroep met een helder toebedeelde vraag.
Door het onderzoeken rondom de kernvraag en de daaruit voortvloeiende inzichten, kan de taak veranderen en ontstaat er dus een zekere grilligheid. Dat vraagt van de leden flexibiliteit, heen en weer gaan tussen de kern en actuele gebeurtenissen in de ruimte daaromheen, het bijstellen van aannames en het oppakken van losse eindjes. Vooral vraagt het onzekerheidstolerantie, zowel van de leden als van de begeleidingskundige die hier een rol heeft.
In de workshop gaan we met elkaar onderzoeken hoe als begeleidingskundige met die grilligheid om te gaan:
• We werken met een evolving case.
• Hoe zou jij als begeleidingskundige reageren?
• Kunnen we, op basis van de reacties, aandachtspunten formuleren om een CoP productief te houden?
• In hoeverre is je kijk op een (mogelijke) CoP in je eigen instelling nu veranderd?
2. Begeleiden van ‘spontaan’ leren: Hoe zie je dat?
Workshopleider: Klaas van der Laan
In een opleidingsschool werken de schoolopleider en ik, als instituutsopleider, met studenten van de lerarenopleiding en hun begeleiders in de school in georganiseerde bijeenkomsten samen aan thema’s van pedagogisch-didactisch vakmanschap. Praktische uitwerkingen van een didactisch concept (sociaal leren), het realiseren van een pedagogisch klimaat in de klas en het uitwerken van ideeën voor onderzoek zijn voorbeelden daarvan. Studenten en begeleiders werken en leren, onder begeleiding van een schoolopleider en een instituutsopleider, samen in wat een praktijkleerwerkplaats genoemd kan worden. In dit proces is veel te zien. We worden enthousiast als we patronen en gedrag zien, die deze manier van werken oproept: uitingen van trots, nieuwsgierigheid naar elkaars praktijk, het geven van kritische feedback aan elkaar. Deze uitingen van leren lijken ‘ spontaan’ te ontstaan. Leraren (in opleiding) leren in deze vorm van CoP blijkbaar niet alleen over hun eigen en elkaars praktijk, maar ook over de manier waarop zij leren met elkaar. Wat is dan de rol van een begeleidingskundige bij deze ‘ spontane’ uitingen van leren? Kun je dat begeleiden? En moet je dit wel willen?
In deze workshop gaan we, aan de hand van een praktijksituatie, experimenteren met het begeleiden van spontaan leren: Wat komen wij daar zelf in tegen en wat betekent dat voor onze rol als begeleider?
Op basis van onze eigen ervaringen, gaan we met elkaar onderzoeken hoe je kunt kijken en waarnaar. Waar moet je dan op letten, hoe kun je dat (leren) zien?
Zodoende stellen we ons zelf en elkaar de vraag hoe we vanuit begeleidingskundig perspectief kijken naar uitingen van het leren in een CoP die er toe doen. En waar mogelijk trekken we conclusies waar ieder van ons verder mee kan.
3. CoP: Je moet hem in alle lagen voelen!
Workshopleider: Corine Overdijk
“Wat heeft onze school hier aan”?, vroeg een van de directeuren in een interview over netwerken. Deze netwerken of communities of practice werden opgericht om te leren van en met elkaar over het thema “preventie van geweld”. De beoogde deelnemers waren specialisten van binnen en buiten de school, die allen een sterke motivatie kenden om sterk in te steken op preventie van geweld. Deze directeur zag de meerwaarde van de community wel voor zijn eigen medewerker, maar had niet helemaal helder wat de school er mee opschoot. Daarmee legde de directeur misschien wel een zwakte van een CoP bloot. Want een CoP staat niet alleen, de school heeft belang bij de leeropbrengsten. Hoe kunnen we zorgen dat de leeropbrengsten in alle lagen gevoeld worden?
De workshop zal zich richten op het grensvlak tussen de binnenwereld van een community en de buitenwereld. Daarbij onderzoeken we, wat de begeleidingskundige kan betekenen bij “het voelen in alle lagen van de organisatie”. Wat kan de begeleidingskundige betekenen in de implementatie van wat er in de binnenwereld van de CoP geleerd is, zodat de buitenwereld ook daadwerkelijk verandering in de praktijk voelt?
Aan de hand van een casus zullen we in deze workshop proberen antwoorden te vinden op bovenstaande vragen.
4. Het concept van collectief leren, wat betekent dat voor mij en mijn organisatie?
Workshopleider: Marion Godefroy
U heeft de uitnodiging voor de terugkomdag ontvangen, en gelezen wat het thema van de dag zal zijn. Dat heeft bij u wellicht nieuwe beelden en vragen opgeroepen m.b.t. Communities of Practice en collectief leren. Hopelijk dragen de teksten die u nu leest bij aan het aanscherpen van deze beelden en vragen, en krijgt u de behoefte om, wat zich dan bij u aandient, samen met anderen verder te onderzoeken en betekenis te geven. Dat kan in deze workshop, die het karakter zal hebben van een eenmalige bijeenkomst van een praktijk leernetwerk.
Wat is het menu:
- U onderzoekt eerst samen welke vragen er in het kader van Communities of Practice leven en welke daarvan geschikt zijn om in een praktijk leernetwerk te verkennen. Het begrip taaie en gemene vragen komt hierbij aan de orde.
- De facilitator benoemt samen met u de leercondities die nodig zijn om daadwerkelijk te werken in een praktijk leernetwerk. Bijvoorbeeld begrippen als: gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Maar ook: je op je plek voelen, mogen werken vanuit een gevoel van leervriendschap.
- Daarna gaat u in 2 groepen met een als gemeenschappelijk ervaren taaie of gemene vraag aan de slag onder leiding van een facilitator. De werkvormen die daarvoor worden ingezet hangen af van de aard van de vraag en de wensen van de eenmalige netwerkgroep.
- In het werken samen ontstaan op deze wijze uw eigen beelden en ervaringen met deze vorm van sociaal en collectief leren.
- Tot slot is er ruimte om uw ervaringen uit te wisselen en zal ik deze plaatsen in het licht van het concept van leren in praktijk leernetwerken en de rol van facilitator.
