
Thema: praktijk in beeld
door Adrie Beljaars
Als (leer)supervisor en opleider kijk ik de afgelopen jaren terug op positieve ervaringen als gaat over het faciliteren van leren van supervisanten, coachees en supervisoren in opleiding van en aan beeldmateriaal.
Het beeldmateriaal biedt, bij een professionele selectie van beeldmateriaal, mogelijkheden interactiepatronen te ontdekken, maar ook te reflecteren op deze patronen die zich laten zien in het hier-en-nu. Onderzoeken wat deze patronen betekenen voor daar-en-straks of daar-en-toen biedt mogelijkheden om leren van de professional te faciliteren en stimuleren.
Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld dat een supervisant met zijn geformuleerde leervraag als focus, op zoek gaan naar beelden uit zijn eigen praktijk. Het expliciteren en problematiseren van concreet waarneembaar gedrag komt op deze manier vaak op een ‘natuurlijke wijze’ op gang.
Het beeldmateriaal als ondersteuning bij het faciliteren van leerprocessen
Het belangrijkste instrument dat supervisor of coach in huis heeft om zijn beroep uit te oefenen, is hijzelf: zijn manier van communiceren, zijn lichaamstaal, zijn woorden, zijn houding, zijn mimiek, zijn intonatie, zijn gedrag. Elk mens heeft zogenaamde ‘blinde vlekken’, gedrag waarvan hij zich niet bewust is, of waarvan hij niet door heeft hoe het op anderen overkomt. Zicht hebben op het eigen gedrag (inclusief de blinde vlekken) en de mogelijke invloed en effecten hiervan is voor een procesbegeleider van groot belang.
‘Ontdekkingen’ via het beeld zijn sterk en geven vaak een input voor het uitproberen van nieuwe gedragsalternatieven. In de praktijk blijkt dat supervisanten, coacheés en of supvisoren in opleiding heel goed in staat zijn om van en aan het beeld te leren, vooral als de supervisor dit proces ondersteund en verder verkennend exploreert met supervisorische vragen.
Een beeld zegt vaak meer dan 1000 woorden
De interactie speelt zich in heel kleine eenheden af. In de systematische en vooral nauwkeurige microanalyse (beeld voor beeld) ligt de meerwaarde van de video interactie begeleiding om het ingewikkelde proces van interactie tussen mensen in dit geval professionals te optimaliseren.
Video interactie begeleiding is een vorm van coaching. Met betrekking tot het gebruik van beeldmateriaal binnen de context van supervisie zijn de meningen verdeeld. Zo schrijft Siegers in zijn Handboek Supervisiekunde dat de inbreng een schriftelijke reflectie betreft. In het Handboek supervisie en intervisie schrijft Van Praag dat ook videobeelden als werkinbreng kunnen dienen.
Op het moment dat we als supervisor gebruik maken van videobeelden, vervalt de (verbale) feedback ten gunste van de mogelijkheden tot zelfreflectie die de supervisant door middel van de video aangereikt krijgt. We kunnen de supervisie zelf als uitgangspunt nemen waarbij we gebruik maken van de tweede leerbron van de supervisant (denk aan parallelprocessen) en ook kan de supervisant persoonlijke professionele situatie filmen en inbrengen als eerste bron. Non-verbale aspecten laten zich zien duidelijk zien op beeldmateriaal; hiermee bestaat de mogelijkheid deze op een onderzoekende wijze te exploreren. Verbinding tussen hier en daar!
Het gebruik van beeldmateriaal biedt ook mogelijkheden in het geval dat woorden te kort schieten. Beelden komen op een andere wijze binnen in onze hersenen; een conclusie zou kunnen zijn dat werken met beelden wellicht voor een aantal supervisanten meer afstemmend is dan werken met alleen verbale reflectie.
Beeldmateriaal: een uitbreiding van de middelen die de supervisor ter beschikking staan!
In het kader van het faciliteren van supervisorisch leren gericht op zelfsturing is het van groot belang dat de coach/supervisor over voldoende kennis en kunde van de SVIB beschikt. Het gebruik maken van beelden is van een andere orde dan het terugkijken van beelden.
De supervisant zal in coaching en supervisie steeds zijn eigen accenten moeten bepalen. Hij bepaalt wat er op de agenda staat. De supervisor kan faciliteren bij het analyseren van de interactie en het supervisorisch leerproces faciliteren.
De beelden zullen input moeten leveren om te leren van en aan de ingebrachte casus. Feedback in de vorm van ‘ontmaskering’ zal wat mij betreft te allen tijde vermeden moeten worden. Van groot belang is dus de deskundigheid m.b.t. het hanteren van beeldmateriaal ten behoeve van de supervisie. Het samenspel van het selecteren van beelden, de interactie van de begeleider met de supervisant/coacheé en het derde oog, het beeld, is van groot belang .
De technische kant van de video interactie begeleiding vraagt aandacht. Met de huidige ontwikkeling van zeer eenvoudige zakcamcorders lijkt deze drempel snel aan negatieve ‘belangrijkheid’ in te boeten. Met andere woorden het opnemen, bewerken en afspelen van opnames komt binnen ieders handbereik.
Samenvattend
De ervaringen van supervisanten en coachees zijn vaak zeer positief. Vaak vallen er woorden en zinnen als:
"eye-opener, het heeft mijn blinde vlek in zicht gebracht, zicht krijgen op effecten van eigen gedrag, non-verbaal krijgt een ‘gezicht en woorden’; een nieuwe kijk op mijzelf!"
Al deze effecten bieden kansen en mogelijkheden om het concreet waarneembare gedrag verder te expliciteren en problematiseren. Deze ervaringen hebben mij doen besluiten een masterclass Video interactie begeleiding te ontwikkelen om coaches en supervisoren de grondbeginselen van vib bij te brengen en de camcorder te leren hanteren.
