
Hans Vogelzang over Master Academisch Meesterschap
Op scholen staat ‘leren’ centraal. Leerlingen leren kennis en vaardigheden aan. Schoolorganisaties zijn tegenwoordig lerende organisaties. En de docenten? Leren zij tijdens hun werk? Of blijven ze in hun ontwikkeling stil staan? Iedereen kan deze vraag voor zichzelf beantwoorden. Voor mij is duidelijk dat de docent het verschil maakt. Voor de leerlingen en voor het leren van de leerlingen. En ook voor de verdere ontwikkeling van de schoolorganisatie geldt dat de docenten het verschil maken.
Docenten komen daarmee terecht in een gevende rol. Ze geven les en ze geven aandacht aan leerlingen. Ze geven inhoudelijk vorm aan de schoolorganisatie. Ze bepalen het beeld en de kwaliteit van de school. Een prachtige rol maar tegelijkertijd een rol die veel energie kost. Om verschil te kunnen maken is opladen noodzakelijk.
De master ‘Academisch Meesterschap’ functioneert voor mij als een infuus. Veel nieuwe input, veel nieuwe (les)ideeën en veel nieuwe contacten met hoogleraren en met mededocenten. Mijn ervaring is dat je van de opleiders vlotte, en ter zake doende, feedback krijgt op je eigen ideeën en onderzoeksvoorstellen.
De master functioneert ook als een katalysator. Je wordt gestimuleerd tot het doen van onderzoek aan je eigen lespraktijk. Je confronteert jezelf met de laatste stand van zaken vanuit de wetenschappelijke literatuur en je probeert daar ook zelf een bijdrage aan te leveren. Spannend en uitdagend zijn voor mij kernwoorden. De master verandert mijn lesgeven.
Tot slot nog één detail uit één van de colleges. John Hattie, onderwijskundige uit Nieuw Zeeland, onderzocht in een periode van 15 jaar, ruim 50000 wetenschappelijke artikelen over effectief onderwijs. Hij vond maar liefst 138 (!) verschillende factoren die de effectiviteit van het onderwijs in meer of mindere mate beinvloeden. Zijn eindconclusie luidt: de docent maakt het verschil.
De master is voor mij een hele mooie mix van nieuwe input, onderzoek en zelfontdekkend leren.

